vrijdag 10 juni 2011

Luxemburg, juni 2011. Dag twee.

Zaterdag 4 juni, half zes 's morgens. Ik draai me nog een keer om in een halfslachtige poging om weer in slaap te vallen, maar realiseer me dat ik gewoon eigenlijk klaarwakker ben. Zal ik? Ja, waarom ook niet? Op dit uur zal de rivier nog niet vergeven zijn van de kinderen met telescoophengels en zullen de forellen waarschijnlijk ook nog niet zo schrikachtig zijn als wanneer straks de volle zon weer op het water staat. Bovendien heeft Big zich een uur eerder al de grootse fanatiekeling getoond door met de feeder naar de waterkant te togen. Eruit met die hap dus.

M'n koffie staat te pruttelen op het gas als Johan, gelokt door de geur van het zwarte goud, ook uit z'n slaapkamer komt stommelen. "Mooi, koffie! We gaan wel zo meteen vissen he?" Kijk, daar kan ik wel wat mee. Met de koffie stouw ik nog snel even een broodje kaas weg en stap m'n waadpak in. Douchen gaat ten koste van kostbare vistijd, en bovendien weet iedereen dat ondergoed met elke dag dat je het langer draagt meer geluk gaat brengen. Dat is wetenschappelijk bewezen. Enfin, ik ga alvast op pad, Johan geniet nog even van z'n koffie en we komen elkaar kort daarna weer tegen aan het water, waar hij me op een paar bakken van barbelen wijst. We knopen er allebei een nimf aan en doen wat vergeefse pogingen, maar besluiten al snel ze voor nu even lekker te laten voor wat ze zijn en banjeren verder stroomafwaarts naar de grens van "ons" traject om vanuit daar vissend terug te gaan. Johan vangt onderweg nog een forelletje op de nimf, maar besluit toch ook snel weer op droog over te gaan. Hoewel het wat insekten betreft nog karig is boven het water -vooral muggen en een enkele sedge- stijgt er wel her en der al vis. We weten allebei weer wat kleine forelletjes voor de gek te houden en ik haak nog een vis die voor het eerst zorgt voor een wat serieuzere kromming in de hengel, maar weer losschiet voor ik 'm goed heb kunnen zien. Het zonnetje begint inmiddels door te breken en daarmee komt het insektenleven boven het water ook langzamerhand op gang. Steeds meer verschillende sedges en ook de eerste grote meivliegen komen tevoorschijn.


























Ook Arthur lijkt inmiddels gehatched te zijn, want die komen we halverwege het traject tegen. Met inmiddels wat meer vertrouwen en een meivliegimitatie aan z'n tippet geknoopt weet ook hij al snel zijn eerste visje van de dag te strikken. We vissen nog even door, maar als de zon goed begint te branden gaan we één voor één van het water. Ik kom onderweg nog een andere vliegvisser tegen die me vertelt dat het bij hem ook niks meer is, maar dat verderop een visser wel een mooie barbeel ving waar hij bij was. Zou het? En jawel, honderd meter verderop zit ie te stralen hoor. En ik krijg meteen de camera met deze foto erop in m'n handen gedrukt. Boem.




















Met de buit binnen besluit ook Big dat het even mooi geweest is en worden de hengels geparkeerd en gaan we op zoek naar een supermarkt voor de nodige proviand. Volgens de eigenaresse van pizzeria zou er twintig kilometer verderop eentje zitten, kon niet missen. Dat missen lukte echter aardig. Na twee uur rondrijden, rondvragen en voor ons gevoel inmiddels het hele Groothertogdom gezien te hebben krijgen we eindelijk aanwijzingen waar we wat mee kunnen, kunnen de boodschappenmandjes vol worden geladen en sjezen we daarna met gierende banden terug naar de blokhut. Het vliegvissen laten we met de loeiende zon nog even links liggen, maar geinspireerd door de bronzen torpedo van Lord B. pakken we de pen- en feederhengeltjes er weer bij en gaan we er eens goed voor zitten.




















Het wil echter niet meezitten. Hoewel we de barbelen overal zien, krijgen we ze niet zo gek om in onze blokjes kaas en lunchworst te bijten. Ze gaan er wel meerdere malen doodleuk bovenop liggen en lachen ons keihard uit. "Kaas? Wat denk je nou zelf?" Specimenhunter Big lijkt meer geluk te hebben en haakt er wél eentje op z'n stinkende vismeelpellets. De vis lost echter weer, waarop we besluiten er voor nu de brui aan te geven en eerst maar eens een potje te gaan eten. Johan zorgt voor een goeie pan vol pasta en de hongerige magen worden gevuld. De zon verdwijnt inmiddels langzaam achter de heuvels en vanaf de veranda zien we de eerste dikke meivliegen alweer boven het water dansen. Het wordt weer tijd!

Arthur, Johan en ik duiken weer in de waadpakken en tuigen de vliegenhengels op. Big gaat tóch nog even zitten voor de snorremansen. Ondanks dat er redelijk wat vis stijgt krijgen we het eerste halfuurtje alleen maar missers te verduren.




















Dan zie ik tegen de oever tussen de overhangende takken een vis stijgen en weet de plek na een paar pogingen goed aan te werpen. Flats! En zo te voelen eindelijk een wat betere vis aan de andere kant. En na een partijtje touwtrekken dat ergens op begint te lijken glijdt een mooie beekforel van 25 centimeter m'n net in.




















Op hetzelfde stuk vang ik nog een kleiner visje en dan is het Arthurs beurt om z'n eerste visje van formaat te vangen. Ik zie z'n grijns steeds groter worden als z'n hengeltop kromt en pompt, maar de vis zich nog niet laat zien. Uiteindelijk schep ik de vis en mag Arthur met de buit op de foto.


























Vrijwel direct hierna haakt ook Johan een visje van dit formaat, die hem een leuke uitdaging op z'n #2 bezorgt en uiteindelijk weet te ontkomen voor ik hem het net in krijg. Maar ondertussen hebben we kort na elkaar toch mooi alledrie met een kromme stok gestaan en bleek onze strategie om 's avonds op pad te gaan de goeie. We vissen door tot we echt te weinig zien om fatsoenlijk te blijven vissen en na een goeie lading sterke verhalen op de veranda duiken we onder de wol. "Zes uur de wekker he! Gevist zal er worden!" zegt Arthur met opgeladen enthousiasme. We zullen zien. Morgen zondag, de laatste dag alweer. "Fuck it, we gaan ervoor!" beloof ik hem alvorens ook m'n nest in te klimmen en vrijwel meteen in slaap te vallen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen