dinsdag 7 juni 2011

Luxemburg, juni 2011. Dag één.

Gisteravond werd ik na een terugreis die zeven uur duurde -als gevolg van files en noodweer twee keer zo lang als de heenweg- thuis afgezet door Arthur. (Megabedankt voor al het kilometervreten man!) We hadden er samen met ouwe rotten Johan en Big een mooi weekend vissen aan de rivier de Sûre in Luxemburg opzitten. Een weekend dat voor mij  begon toen ik vrijdagochtend om half zes bij Arthur in de auto stapte. Big pikten we kort daarna op op Centraal en we vervolgden onze weg naar Tilburg, waar we Johan bij z'n bakkie wegsleurden en onszelf en de spullen overlaadden in het busje waarmee we doorreden naar het zuiden. De sfeer zat er direct goed in en na een uitermate voorspoedige rit vol goeie verhalen konden we tegen elven al inchecken en de vergunningen regelen. Onze blokhut zou pas in de loop van de middag klaar zijn, maar aangezien we allevier overkookten van de vangdrang was dat uiteraard geen enkel probleem, werden dus de waadpakken aangetrokken en werd al gauw het eerste stuk rivier stroomopwaarts verkend.




















Johan toonde zich direct de ervaren man en wist al snel twee kleine forelletjes onder een overhangende boom vandaan te kietelen. Niet lang hierna ving ook ik mijn eerste visjes. Wel nog allemaal klein grut, maar vis is vis en er werd tenminste gevangen. En dat geeft de burger moed en vertrouwen.




















Ook zagen we een aantal bakken van kopvoorns zwemmen, maar die bleken zoals verwacht lastig te strikken. Behalve dat kopvoorns van nature al schuwe vissen zijn, hadden deze doorgewinterde veteranen inmiddels waarschijnlijk ongeveer elke halve gare met een hengel en diens moeder en hond al weleens voorbij zien komen, dus besloten we ze na wat mislukte pogingen lekker te laten voor wat ze waren.




















Big, die hoofdzakelijk gekomen was om met de feederhengel de barbeel te gaan belagen, heeft de ochtend vooral gebruikt om een goed stekje te zoeken voor deze visserij. Arthur moest er duidelijk nog even inkomen en zou die ochtend blijven steken op de nul.
Aangezien we er inmiddels een lange ochtend op hadden zitten begon aan het begin van de middag de honger te knagen, stortten we ons op een bord patat en een drankje en namen we daarna onze intrede in de blokhut, die inmiddels klaar voor gebruik was. Nadat we een beetje waren geacclimatiseerd besloot Big de feeder van stal te halen en zich te installeren aan het water en gingen Johan, Arthur en ik op pad om de Sûre stroomafwaarts te verkennen met de vliegenhengel.




















Op ons gemakje vissend wisten we er nog een handjevol te vangen, ook allemaal ukkies die de 20 cm meestal nog niet haalden. En hoewel met het vallen van de avond het insektenleven rond en op de rivier echt een beetje op gang begon te komen, besloten we dat het voor nu mooi geweest was, plukten we een tot dan toe nog succesloze Big van z'n troon en schoven we ten behoeve van de inwendige mensch bij een locale pizzeria aan. Aangezien het bestelde voer erg lang op zich liet wachten en de meivliegen inmiddels tegen het raam van de pizzeria aanvlogen, werden de tactieken eens op tafel gegooid en besloten we de rest van het weekend onszelf vliegvis-technisch te gaan concentreren op de vroege ochtenden en de avonden. De Sûre stond immers vrij laag, was kraak- en kraakhelder en met de felle zon op het water waren de forellen overdag natuurlijk erg schuw en zou het waarschijnlijk taaie sport blijven.

Nadat we eindelijk gegeten hadden, pakten ook Arthur en ik de penhengels en de stormlantaarns uit om vlak voor onze blokhut aan de rivier te gaan zitten en eens te zien of we wellicht een barbeel konden verleiden. Het werd een gezellige doch visloze ouwehoersessie met het hele gezelschap en rond middernacht zochten we ons bed op. Het was een lange dag geweest, en morgen zou er snel genoeg een nieuwe aanbreken.


























En dat geldt nu ook voor mij. Welterusten en wordt vervolgd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen