zondag 4 september 2011

September

Hoewel we gisteren een zeldaam zonnige zomerse dag hadden (en dat dat hopelijk niet de laatste van het jaar was), zal het niemand met enig oog voor z'n omgeving ontgaan zijn dat er verandering in de lucht hangt. Bomen en vooral struiken beginnen voorzichtig bruiner te kleuren en vrucht te dragen. De takken van de vlierbomen hangen krom van de zwarte trossen bessen, de meeste bramen zijn zelfs al verdwenen en ik heb vorige week stoofpeertjes gemaakt, afkomstig uit een boom in de tuin van makker Steven. Toen ik afgelopen donderdagochtend de deur uitging en en de fris vochtige buitenlucht opsnoof dacht ik 'm al te ruiken, de aankomende herfst. Ik kreeg een wat onbestemd gevoel in m'n onderbuik (een beduidend ander onderbuikgevoel dan dat zich dagelijks zo rond half elf na drie bakken koffie en m'n eerste rookpauze manifesteert) en kreeg visioenen van vallende bladeren, frisse wind, een najaarszonnetje, kaasfondue, stoofschotels en donkere speciaalbiertjes. Toen de rilling over m'n rug was weggetrokken dacht ik hetzelfde als wat ik nu denk als ik die laatste zin opnieuw lees: "Gast, stel je niet zo aan."

Of ik nou te hard van stapel loop of niet, feit is dat september mijn favoriete maand is. Ik verbaas me altijd als ik merk hoe beperkt veel mensen zich bewust zijn van de verandering van de seizoenen en ze weten te waarderen voor wat ze zijn. Naar mijn idee wordt er in goed Hollandse traditie eigenlijk vooral gezanikt over elk jaargetijde. De winter is óf niet winters genoeg, óf te koud. Als het voorjaar zijn intrede doet lijkt Nederland heel even blij dat die te druilerige of te koude winter voorbij is, maar al snel hoor je overal het tenenkrommende "Van mij mag de zomer wel beginnen hoor, want dit is ook net niks". Een beschamend gebrek aan waardering voor de bruisende en met belofte bezwangerde opmaat die de lente is.  Als de door de meerderheid zo verheerlijkte zomer dan eindelijk begint klaagt men steen en been dat het niet zonnig genoeg is. Mocht het wél zonnig zijn, dan zijn de Nederlandse zomers weer te klam en vochtig. (Ik geef meteen toe, ook ik ben niet gek op warm vochtig weer, maar m'n bezwete bakkes en ik ondergaan het maar wat graag met een paar vrienden, een sixpack en een barbecue in een park vol dartelende hertjes met maisblonde wapperende haren, die hun zomerjurkjes bevlekken met gemorste rosé.*) Als eind augustus de vakantiegangers terugkeren en moeten concluderen dat hun lellerige bovenarmen en bespataderde stalpoten er ondanks drie weken Spaanse, Griekse of Turkse zon er in het TL-licht op kantoor nog even onappetijtelijk uitzien als voordat ze op vakantie gingen, moet dat natuurlijk ook worden afgereageerd. Gelukkig hebben we daar het najaar voor. De zomer was te kort, en met de aankomende storm en regen wordt het alleen maar slechter. "En straks is het alweer winter!" Hou toch op.

Ik hou van het najaar. Maar vooral van september. Nederlandse septembers zijn niet zelden zonnig, maar dragen wel al de frisse vochtigheid van de naderende herfst. De natuur is nog even al haar glorie te bewonderen en de combinatie van een staartje van de zomer met het vooruitzicht van een naderende koudere herfst en uiteindelijke winter zorgt voor activiteit en urgentie. September is daardoor tevens de meest rijke en gevarieerde vismaand. De baarzen en voorns zijn hier met het relatief warme water nog flink actief en worden met het langzaam afnemende voedselaanbod steeds gretiger, en met het wat frissere weer begint ook de snoek zich meer en meer te roeren. Omdat ook voor de forel en vlagzalm een goede tijd aanbreekt loont het de moeite om er nog een tripje naar het stromende water tegenaan te gooien. En dat is dan ook precies wat ik ga doen, over een week of drie. Eind september staan er een paar dagen Eifel op het programma. En hoewel de aanvraag voor de Duitse staatsvergunning dit weekend pas de deur uitgegaan is, kan ik je vertellen dat het nu al goed jeukt. Het idee dat ik straks in de natuur van het vroege najaar in een stromende rivier sta om een klein vliegje over een uitgesleten oever of onder overhangende takken te laten driften en hem te volgen tot een hongerige forel 'm van het wateroppervlak grist, ik word er nu al blij van. Voorpret heet dat geloof ik. Voorpret die een extraatje is bovenop al het moois dat de komende maand te bieden heeft. Kom maar op!


* Vrij naar medeliefhebber Jenno Nijhoff.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen