maandag 2 augustus 2010

Zout en zoet.

Al drie jaar lang vatten Arthur en ik elke zomer het plan op om eens de finten te gaan belagen. Deze zeevis, familie van de haring, trekt immers 's zomers in grote getale naar onze kustgebieden en vaak zelfs nog wel een eindje de rivieren op en schijnt dan relatief makkelijk te vangen te zijn op kunstaas en bovendien een aardig robbertje te knokken. Tot dit jaar bleef het echter elk jaar bij plannen en werd de trip nooit gemaakt. Afgelopen zaterdag gingen we dan eindelijk een keertje naar de sluizen in Nieuwe Waterweg, één van de bekendste stekken voor deze visserij, om ons geluk te beproeven.




































Voor twee polderpeuteraars was zo'n slok water toch even, tja, slikken. Een machtig uitzicht en de wind in de haren, dat was sowieso wel wat waard. Maar dan. Het vissen. Nou ben ik persoonlijk niet zo'n fan van maar op goed geluk een stuk metaal zo ver mogelijk richting horizon keilen, dit weer binnen te draaien en maar zien waar het schip strandt. Zelfs op kleiner water zoek ik liever de hotspots op dan dat ik op goed geluk een watertje uitkam met een plug of spinner. Ik heb immers graag het idee dat ik weet waarmee ik bezig ben. Hier leken we echter geen keus te hebben. Smijten maar dus. Dat hebben we dan ook dik twee uur gedaan. Langs de kribben. Langs de kanten. Vol in de stroomnaad op de kop van de kribben. Voorbij de stroomnaad. Een enkele keer werd de leegte en het totale gebrek aan weerstand verbroken door een pluk zeewier maar de verder was het akelig stil. Wat waren we hier in godsnaam aan het doen?
















Zoals bovenstaande foto laat zien waren we niet de enige verdwaalde zoetwatergangers. Alhoewel, de overal aanwezige zwanen leken een stuk beter te weten waar ze mee bezig waren. De Onbekende Visser rechts op de krib vertrok overigens net zo snel weer als hij was gekomen, evenals enkele andere vissers die het even kwamen proberen. De enige volhouders behalve wijzelf waren twee vliegvissers. Die we overigens ook niets hebben zien vangen. Of het moet heel stiekem gebeurd zijn toen we niet keken. Kan natuurlijk.

Dan nog maar wat foto's. Want mooi is het daar zeker, aan die Waterweg. En je moet wat als de vis niet lijkt te willen.














































Uiteindelijk hebben we er de brui aan gegeven en besloten we ons heil elders te gaan zoeken. Het oorspronkelijke plan B was om een leuk polderwatertje op te zoeken en daar met de vliegenhengel aan de slag te gaan. Maar daar was het het weer gewoon niet naar. Dus gingen we verder met de spinstokken, op jacht naar een baarsje in wat watertjes in en rond Rotterdam.
En baars vonden we.





















Ja, graag gedaan hoor.

Zo wisten we de tweede helft van de dag nog allebei aan onze visjes te komen. Verschillende leuke baarzen van rond de 25 cm werden aan de lip gevoeld en de dag werd binnen het laatste kwartiertje stijlvol afgesloten. Eerst liet Arthur zien dat ook hij best twee baarzen tegelijkertijd aan hetzelfde plugje kon haken.





















Dat was aan de ene kant van de sluis. En zoals het wel vaker gebeurt na een middagje goed baarzen vangen werd aan de andere kant van de sluis de dag besloten met jawel, snoek. En wat weten die beesten je toch altijd een hartverzakking te bezorgen als ze schijnbaar vanuit het niets voor je voeten ineens je aasje grijpen. De gehavende krokodil die dit trucje deze keer flikte bleef in eerste instantie niet hangen, maar greep twee worpen later mijn plugje wel goed en kon na een robbertje vechten uiteindelijk worden geland.





















Een hoge kade, een grote boze snoek en loshangende dreggen; niet direct mijn favoriete combinatie.

Maar ze was het waard. 84 centimeters dikke polderkrokodil. Mijn eerste weer sinds de groenjas die besloot in een oranje Beesie te happen. En dat was alweer een tijdje geleden.
















In combinatie met de aan de scherpe kieuwbogen van de snoek opengehaalde hand hadden we er sowieso weer een goed verhaal bij.
















Gladde kribben, straffe zeewind, dolle baars, woeste snoek en bloedende handen. Onze epische mannelijkheid werd vandaag maar mooi weer even bewezen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen